OTL - techniek beginner.
- hkruis
- [hkruis]
-
Op het hoogtepunt van de Philips OTL huiskamertechniek was de EL519 nog niet geproduceert, deze buis stamt uit 1971. De mooie versterker van Patrick is zelfs in momo uitvoering natuurlijk niet haalbaar voor een betaalbare huiskamer toepassing, nog afgezien van het gegeven dat de meeste huishoudens een 10 Amp hoofzekering hadden.
Echte in 1939 ontwikkelde Philips de 2824 een Ciclotron, een beest van een bak van 200 Watt met een skala aan uitgangs mogelijkheden, o.a. 100 volt. In de beschrijving staat duidelijk vermeld 1500 Ohm als luiste speaker. een opvolger hiervan de 2824B werd het vermogen nog verder opgevoerd door paralel schakeling van de eindbuizen. Dit leidde tot een lagere uitgangs impedantie.B.v. 20V - 2 Ohm, 40 Volt 8,3 Ohm.
De versterker werd toegepast in theaters, en publieke omgevingen waar veel geluid nodig was.
De documentatie van de 2824 is geheel voorhanden, van de 2842B alleen een beschrijving. We zullen deze op het NVHR forum zetten.
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.
- brcf01
- [brcf01]
-
Onderwerp Auteur
pieterv schreef : Voor OTL buizen versterkers met relatief klein vermogen is het ontwerp voor een hoog-ohmige luidspreker nog steeds de beste keuze. Het verhaal van Peter maakt dit goed duidelijk, er is dan de beste aanpassing tussen versterker en luidspreker.
En denk eens aan het benodigde gloei vermogen alleen al. Twee keer EL86 heeft ca. 9 watt aan gloei vermogen nodig. Twee stuks EL36 bijna 15 watt gloei, twee keer EL509 25 watt gloeivermogen. Zo een OTL versterker voor direkt op 8 ohm is tevens een electrische verwarming.
mvg, Pieter.
Yep, dat is wel duidelijk uit de reacties van Patrick
(en zijn fraaie foto's van de verlichting, de warmte
is dan helaas niet te voelen.....).
:thumbsup:
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.
En denk eens aan het benodigde gloei vermogen alleen al. Twee keer EL86 heeft ca. 9 watt aan gloei vermogen nodig. Twee stuks EL36 bijna 15 watt gloei, twee keer EL509 25 watt gloeivermogen. Zo een OTL versterker voor direkt op 8 ohm is tevens een electrische verwarming.
mvg, Pieter.
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.
Je kunt een bepaald vermogen op twee manieren verkrijgen:
1). Kleine stroom en hoge spanning,
2). Grote stroom en lage spanning
In het eerste geval heb je een hoge weerstand nodig en in het tweede geval een lage.
Voorbeeld: Bij jouw AG9007 is de maximale uitgangsspanning 155 V., de minimale belasting 400 Ohm.
Je krijgt dan een maximaal vermogen van U x U /R : 155x155/400 = 60 W.
Neem je nu een transistorverversterker die 22 V. uitgangsspanning levert, dan krijg je bij 8 Ohm belasting: 484:8=60,5 W.
Hier zie dus direct het verband tussen hoog en laagohmig: In een kleine weerstand heb je een grote stroom bij een lage spanning nodig en in een hoge een kleine stroom en hoge weerstand.
Wil je nu bij een (OTL) buizenversterker laagohmige luidsprekers aansturen dan heb je veel stroom nodig. Dat krijg je alleen voor elkaar als je meerdere "zware" buizen parallel zet.
Je kunt dan meer stroom leveren aan de belasting.
Ook moet je in feite bij buizen spanningsbegrenzing toepassen, theoretisch zou je, als de uitgangsspanning 100 V. is, in een 8 Ohm belasting 1250 W. aan vermogen krijgen! Dit gaat natuurlijk niet. Je zou dan wel erg veel buizen parallel moeten zetten.
Je ziet dus: Laagohmige luidsprekers en buizen gaan eigenlijk niet goed samen.
Vandaar die 400, 800 en 1200 Ohm luidsprekers. Het gaat dan allemaal wat makkelijker.
Hopelijk heb ik zo een tipje van de sluier opgelicht.
Groeten,
Peter
Peter Boin,
Opgegroeid met de buizentechniek en ondertussen meer dan 50 jaar ervaring met buizen.
Van transistors en halfgeleiders word ik ook niet bang.
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.
HiFiGN schreef : Oké, dank.
Maar als het zo simpel is, waarom paste Philips dat dan niet toe in de
jaren vijftig?
Aan het aantal buizen kan het niet liggen, want op elk kanaal van de versterker
van Patrick zitten net zoveel buizen als op een mono versterker van Philips
(dus even commercieel gedacht).
Ik weet het niet zeker, maar ik heb het vermoeden dat 't komt doordat dikke buizen zoals de EL509 pas rond 1968 op de markt kwamen - dus in de tijd dat de transistorversterkers langzaam de huiskamer binnen kwamen.
Sommige OTL versterkers van Philips gebruiken een elco om het audiosignaal te scheiden van de anodespanning. Die elco moet groot genoeg zijn om ook de lage tonen ongehinderd door te kunnen laten. Voor kleine speakerimpedanties moet die elco gigantisch worden. Een elco van die grootte zou destijds onbetaalbaar zijn geweest. In OTL radio's uit de middenklasse zou dat onacceptabel zijn.
Ten slotte is een spreekspoeltje voor 800 ohm niet veel kostbaarder dan één voor 8 ohm. Er zit volgens mij evenveel koper op qua gewicht. Als het al verschilt, dan zal het goedkoper zijn dan het toepassen van dure EL509's of de ontwikkeling van een dergelijke buis.
Dit zijn allemaal gedachtespinsels, ik weet niet zeker waarom Philips deze keuze heeft gemaakt! De enigen die dat zeker weten zijn de knappe koppen van Philips.
Ik weet wel het één en ander van techniek, maar er zitten hier mensen op 't forum die véél meer weten dan ik, dus wacht zeker even af wat zij te zeggen hebben
.
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.
Citaat NGG: "Er bestaan/bestonden zelfs commerciële laagohmige otl's van vaderlandse bodem!
In 1996 heeft de Amsterdamse buizenexpert Frank Beisner een 8 Ohm OTL mono eindamp gemaakt onder de merknaam Satori OTL 15. Dat jaar op de VAD in Veldhoven gepresenteerd als primeur"
Mogelijk heb ik deze of een dergelijke buizen OTL versterker zelf ooit gezien in Amsterdam op een HiFi beurs in de jaren negentig. Het ging om een OTL versterker met 32 stuks PL504 of EL504 welke 400 watt in 8 ohm zou kunnen leveren. Daarbij nam de versterker zelf 1600 watt op aan voeding. (een aardige kamer (bij)verwarming)
mvg, Pieter.
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.