Skip to main content
Grammofoonplaten en muziek

Wat was de eerste Minigroove plaat van Philips?

Meer
03 jan 2013 19:00 #26445 door verbeek
Ja René, daar vraag je wat.

Logisch beredenerend zou je zeggen dat je begint bij het alfabet en getalsmatig oplopend.
De oudste in mijn verzameling is de A 00134 L van het Klavierconcert van Robert Schumann, uitgevoerd door Clara Haskil in de standaardhoes.
Op de plaat zelf staat de aanduiding AA 00134.1L aan de ene kant en AA 00134.2L op de andere zijde.
Voor de populaire muziek begint met de letter B, jouw Hi-Q testplaat met een D enz. enz.
30cm platen eindigen op L, de 25cm platen op R.
Wat ik zo even snel kan zien, en absoluut niet onderbouwd is, zijn de getallen tussen de letters. Deze lijken me uniek, m.a.w. er bestaat geen B 00134 L of R.
De oudste minigroove zal waarschijnlijk beginnen met A 00001 L of R, of A 00100 L of R als Philips de eerste honderd cijfers voor proefpersingen gebruikt heeft.

Gr. Paul
De volgende gebruiker (s) zei dank u: Bodemjager

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

  • brcf01
  • [brcf01]
  • Onderwerp Auteur
Meer
03 jan 2013 06:33 - 03 jan 2013 06:43 #26423 door brcf01
Op zich is het interessant om te gaan zoeken naar de eerste Minigroove plaat
door Philips in 1950. Waarmee en wanneer begon de nummering?
Vóór 1950 had Philips geen belangrijk aandeel in de platenindustrie. De 78 toeren
schellak platen werden in Duitsland besteld bij de daar gevestigde platenperserijen.
In 1950 werd de PPI opgericht, de Philips Phonographische Industrie te Baarn.
Er is een korte samenwerking geweest tussen Decca en Philips en Decca verhuisde
daarvoor zelfs van Amsterdam naar Baarn. Met de oprichting van de PPI stopte
kennelijk de samenwerking ook weer snel en Decca verhuisde zelfs terug naar Amsterdam.
In 1951 ging PPI de samenwerking aan met het Amerikaanse label Columbia.
De eerste Minigroove plaat verscheen dus ergens in 1950. De eerste platen kwamen uit in
een standaard hoes, het bekende blauw-groene ontwerp met de gestileerde vogel in een
achtergrond van dunne spiralen/cirkels. Het Minigroove logo is ook nog iets anders:
de snelheid van de plaat staat los op de horizontale lijk die uit de spiraal van links
naar rechts komt. In 1951 zijn er al voorbeelden te zien van het aangepaste logo met
de snelheid van de plaat in een rechthoekje aan het eind van de horizontale lijn.
Dit werd de definitieve versie van het Minigroove logo.
In het boekje van Leo Boudewijns wordt deze hoes getoond als de eerste hoesversie voor
Minigroove platen. Maar in zijn boek 'Honderd Jaar Rond; (Phono)grafisch Nederland 1987'
toont hij op pagina 64 een andere standaard hoes, een tamelijk sombere, hoofdzakelijk
zwarte hoes met een soort 'wapen' waarin het repertoire van de plaat vermeld werd.
De vermelding is dat dit hoesontwerp voor alle muzieksoorten gebruikt werd, maar eigenlijk
was in 1950 dat nog hoofdzakelijk klassiek. In dat boek vermeld hij ook dat de eerste
eigen opname van PPI de vierde symfonie van Tsjaikowski en de Peer Gynt Suite van Grieg
waren, uitgevoerd door het Residentie Orkest onder leiding van Willem van Otterloo. Dit
hoeft echter niet de eerste uitgave op het label Philips Minigroove te zijn.
In 1950/51 verschenen ook de verwarrende 78 toeren singels van Philips als concurrentie
op de 45 toeren singels. Een mislukt project van het PPI. Deze plaatjes waren ook van
vinyl, al zagen de nodige exemplaren er uit als schellak. De heer Slot merkt nadrukkelijk
op in zijn boeken 'Van microfoon tot oor' dat het eerste vinyl materiaal dat gebruikt
werd in samenstelling zodanig was dat men er zelfs schellak mee kon nabootsen. Want het mag
duidelijk zijn: Minigroove was altijd een vinyl uitgave en géén schellak uitgave.
Deze singeltjes hebben naar mijn weten ook allen de eerste versie van het Minigroove logo
en waren verpakt in een papieren hoesje, net zoals de 78 toeren schellak platen.
De reden van Philips om zelf met een platenproductie te beginnen was puur commercieel:
Philips kwam met de eerste 'lichtgewicht' platenspelers uit (d.w.z. de eerste platenspelers
geschikt voor vinylplaten) en om de verkoop daarvan te bevorderen namen ze ook de productie
van platen onder hun eigen hoede. Alles bij elkaar was het in de eerste jaren van het
het zesde decennium van de vorige eeuw nog een extreem dure aangelegenheid om dit alles aan
te schaffen en de consument stond er dan ook zeer sceptisch tegenover. Al met al was het wel
het begin van één van de grootste concerns in de wereldwijde platenindustrie.

Verwarrend is de naam Minigroove. Philips noemde het gewoon zo, terwijl we het wel over
vinylplaten hebben met wat in het buitenland microgroove werd genoemd, als het om de
groef van de vinylplaten gaat. Minigroove moeten we als een naam zien en niet als aanduiding
voor de soort groef die toegepast werd bij vinylplaten.
www.grammofoon.com/HiQGN/Fotos/players9.htm


Bijlagen:
Laatst bewerkt 03 jan 2013 06:43 door brcf01.

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

Gemaakt door Kunena