- Berichten: 1095
Hi-Q apparatuur
tips voor satellieten ophangen
Minder
Meer
25 nov 2011 21:17 #12049
door Ouwe Schipper
Beantwoord door Ouwe Schipper in topic Re: tips voor satellieten ophangen
....en boven een zwembad daar graag roestvrij staal voor gebruiken....
N.
N.
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.
- hkruis
- [hkruis]
-
Minder
Meer
25 nov 2011 20:14 #12044
door hkruis
Beantwoord door hkruis in topic Re: tips voor satellieten ophangen
Goed, mag je nu even uitrusten :lachuh:
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.
- brcf01
- [brcf01]
-
Onderwerp Auteur
Minder
Meer
25 nov 2011 19:50 - 25 nov 2011 20:15 #12043
door brcf01
Beantwoord door brcf01 in topic Re: tips voor satellieten ophangen
Hoi heren
De eerste bijdrage in deze topic is bedoeld om een zo optimaal mogelijke
weergave van een Hi-Q radio te verkrijgen.
Het installeren van een dergelijke installatie vergt aandacht en tijd.
Niet zomaar even een opstelling.
Dit naar aanleiding van een opmerking dat HiQ installaties lelijk, of
later, 'het kan beter' klinken.
Ik ben het daar dus absoluut niet mee eens.
Meer dan tien jaar heb ik me bezig gehouden met deze radio installaties en naar
volle tevredenheid en plezier. Heel veel mooie platen op gedraaid met een goede
bijpassende platenspeler.
Het is natuurlijk ook van belang dat de ontvanger van de set technisch in
optimale staat is. Meerdere malen hebben wij als liefhebbers van deze installaties
dergelijke radio's van anderen technisch nagekeken (onze technische mannen van de
HiQGN) omdat er klachten waren over de weergave.
Onlangs nog een exemplaar en Henk heeft deze geheel nagezien. Er mankeerde toch
nog het een en ander aan dat hersteld cq aangepast moest worden.
Er werden ook wel fouten in de schema's geconstateerd die cruciaal waren voor een
goede weergave.
Jaren geleden heb ik eens een BX642A verkocht aan een goede technicus.
Vol verwachting ging hij hem reviseren. Maar de weergave bleef teleurstellend.
Uiteindelijk heb ik de ontvanger van hem terug gekocht en is deze naar de man
van onze HiQGN technische dienst gegaan. Die had het euvel snel gevonden en de
weergave werd zoals we gewend waren van HiQ installaties: prima.
We praten hier over de topmodellen van Philips in de jaren vijftig van de vorige
eeuw. Dat geldt ook bijvoorbeeld voor de B8X72A (ahum) en de BX998.
Beide radio's kunnen gewoon prachtig klinken.
Maar wat is dan prachtig?
We moeten ons altijd realiseren dat we het hier over de techniek uit die tijd hebben.
Naar beste mogelijkheden (ook commercieel) werden voor die tijd prima producten
vervaardigd waar de toenmalige consument vol bewondering en waardering naar luisterde.
Het zijn radio's -OOK de HiQ installaties- en geen hifi installaties zoals die
inmiddels in die tijd ook ontwikkeld en verkocht werden.
Het kan inderdaad altijd beter, zeker als je later in de geschiedenis kijkt.
Modernere aanpassingen zullen altijd tot nog betere weergave kunnen leiden.
Maar dat is de bedoeling natuurlijk niet.
De radio's waren en blijven een product van hun tijd en als zodanig moet je ze
beoordelen. Niet volgens de normen van de decennia ná de jaren vijftig.
Als je niet tevreden bent over de weergave van radio's of installaties uit de jaren
vijftig, dan kan je beter een nieuwere installatie kopen.
Toch kan het resultaat van de weergave van die radio's gewoon goed zijn en met de
waardering dat zij voorbeelden zijn van maximaal gebruik van de toenmalige
technieken (wederom ook in commercieel oogpunt) kunnen ze als zodanig muziek
prachtig weergeven.
Een HiQ wint het makkelijk van elke radio met ingebouwde luidsprekers. Dat komt niet
eens door de techniek in de radio's, maar door het systeem van de opstelling van
de losse luidsprekers. Als zodanig waren ze hun tijd al vooruit, want in het stereo
tijdperk werden losse luidsprekers de normaalste zaak van de wereld, zoals we weten.
Alleen was in de jaren vijftig de doelstelling anders dan in de latere decennia met
stereo. Daar bedoel ik dan de methode van weergeven mee.
Inmiddels weten we wel dat een mono hifi installatie en een stereo hifi installatie
niet met elkaar te vergelijken zijn. De 'sound' kan hetzelfde zijn, maar de weergave in
de beoogde ruimte (kamer) is anders.
Daarbij zeg ik niet dat de radio's met ingebouwde speakers slecht klinken, maar anders.
Philips noemde dat niet voor niets het sleutelgat effect. Philips zocht in de jaren
vijftig naar oplossingen om dat op te heffen. Daarbij maakten ze gebruik van de principes
die in dezelfde tijd ontstonden bij de hifi installaties. De HiQ installaties zijn een
kruisbestuiving van hifi installaties en de toen nog veel voorkomende tafelmodel radio's.
De speakers in de losse luidsprekers van de HiQ radio's waren dezelfde als die
werden ingebouwd in de radio's, want meestal was er naast de HiQ ontvanger ook een
radio ontworpen met hetzelfde chassis, maar dan dus met ingebouwde speakers.
Misschien net even andere types, maar altijd Philips speakers die elkaar niet veel
ontliepen in de weergave. Sommige speakers in radio's werden zelfs voor de hifi
installaties gebruikt. Alleen waren de kasten van veel betere bouw en uiteraard de losse
versterkers van een veel betere technische kwaliteit voor een zo optimaal mogelijke
weergave.
Daar betaalde je dan ook een vermogen voor, terwijl de HiQ installaties al een lieve
duit kostten, voor de meeste mensen in die jaren vijftig.
Dit gold bijvoorbeeld voor de B6X62A en de B7X73A. Van de laatste was de B8X72A technisch
zelfs nog een luxere (plano) versie waarbij deze radio zodanig was gemaakt dat er makkelijk
een HiQ installatie van te maken was.
Zelfs het idee van de plano had als doel om het sleutelgat effect zoveel mogelijk te
voorkomen.
Met een HiQ installatie is een goede (jaren vijftig) weergave te verkrijgen mits de
techniek geheel in orde is en de opstelling in de individuele kamer zo optimaal
mogelijk is. En de luisteraar daarmee tevreden is natuurlijk.
Dat is te bereiken.
Ik (en velen met mij) ben het er dus niet mee eens als mensen roepen dat een HiQ
installatie slecht klinkt en het beter kan.
Het kan altijd beter.
Maar dat roep je ook niet bij de vooroorlogse radio's.
Ook die klonken naar hun tijdsbeeld voor de toenmalige mensen prima.
Die ga je ook niet naar latere maatstaven moderniseren.
Omdat het beter kan.
Het gaat in onze hobby juist om die karakteristieke weergave van de tijd toen de radio
nieuw op de markt verscheen. Of dat nou uit de jaren 20, 30, 40, 50 of 60 is.
Dat lijkt mij in ieder geval de doelstelling van onze hobby, naast het technisch en
uiterlijk restaureren van deze historische objecten.
Alles bij elkaar gaat het om het genieten van deze oude radio's en installaties.
:thumbsup:
Zo, dat was lekker schrijven.
Hierbij heb ik gepoogd bepaalde citaten zo neutraal mogelijk te gebruiken,
zonder aanschijn des persoon.
De eerste bijdrage in deze topic is bedoeld om een zo optimaal mogelijke
weergave van een Hi-Q radio te verkrijgen.
Het installeren van een dergelijke installatie vergt aandacht en tijd.
Niet zomaar even een opstelling.
Dit naar aanleiding van een opmerking dat HiQ installaties lelijk, of
later, 'het kan beter' klinken.
Ik ben het daar dus absoluut niet mee eens.
Meer dan tien jaar heb ik me bezig gehouden met deze radio installaties en naar
volle tevredenheid en plezier. Heel veel mooie platen op gedraaid met een goede
bijpassende platenspeler.
Het is natuurlijk ook van belang dat de ontvanger van de set technisch in
optimale staat is. Meerdere malen hebben wij als liefhebbers van deze installaties
dergelijke radio's van anderen technisch nagekeken (onze technische mannen van de
HiQGN) omdat er klachten waren over de weergave.
Onlangs nog een exemplaar en Henk heeft deze geheel nagezien. Er mankeerde toch
nog het een en ander aan dat hersteld cq aangepast moest worden.
Er werden ook wel fouten in de schema's geconstateerd die cruciaal waren voor een
goede weergave.
Jaren geleden heb ik eens een BX642A verkocht aan een goede technicus.
Vol verwachting ging hij hem reviseren. Maar de weergave bleef teleurstellend.
Uiteindelijk heb ik de ontvanger van hem terug gekocht en is deze naar de man
van onze HiQGN technische dienst gegaan. Die had het euvel snel gevonden en de
weergave werd zoals we gewend waren van HiQ installaties: prima.
We praten hier over de topmodellen van Philips in de jaren vijftig van de vorige
eeuw. Dat geldt ook bijvoorbeeld voor de B8X72A (ahum) en de BX998.
Beide radio's kunnen gewoon prachtig klinken.
Maar wat is dan prachtig?
We moeten ons altijd realiseren dat we het hier over de techniek uit die tijd hebben.
Naar beste mogelijkheden (ook commercieel) werden voor die tijd prima producten
vervaardigd waar de toenmalige consument vol bewondering en waardering naar luisterde.
Het zijn radio's -OOK de HiQ installaties- en geen hifi installaties zoals die
inmiddels in die tijd ook ontwikkeld en verkocht werden.
Het kan inderdaad altijd beter, zeker als je later in de geschiedenis kijkt.
Modernere aanpassingen zullen altijd tot nog betere weergave kunnen leiden.
Maar dat is de bedoeling natuurlijk niet.
De radio's waren en blijven een product van hun tijd en als zodanig moet je ze
beoordelen. Niet volgens de normen van de decennia ná de jaren vijftig.
Als je niet tevreden bent over de weergave van radio's of installaties uit de jaren
vijftig, dan kan je beter een nieuwere installatie kopen.
Toch kan het resultaat van de weergave van die radio's gewoon goed zijn en met de
waardering dat zij voorbeelden zijn van maximaal gebruik van de toenmalige
technieken (wederom ook in commercieel oogpunt) kunnen ze als zodanig muziek
prachtig weergeven.
Een HiQ wint het makkelijk van elke radio met ingebouwde luidsprekers. Dat komt niet
eens door de techniek in de radio's, maar door het systeem van de opstelling van
de losse luidsprekers. Als zodanig waren ze hun tijd al vooruit, want in het stereo
tijdperk werden losse luidsprekers de normaalste zaak van de wereld, zoals we weten.
Alleen was in de jaren vijftig de doelstelling anders dan in de latere decennia met
stereo. Daar bedoel ik dan de methode van weergeven mee.
Inmiddels weten we wel dat een mono hifi installatie en een stereo hifi installatie
niet met elkaar te vergelijken zijn. De 'sound' kan hetzelfde zijn, maar de weergave in
de beoogde ruimte (kamer) is anders.
Daarbij zeg ik niet dat de radio's met ingebouwde speakers slecht klinken, maar anders.
Philips noemde dat niet voor niets het sleutelgat effect. Philips zocht in de jaren
vijftig naar oplossingen om dat op te heffen. Daarbij maakten ze gebruik van de principes
die in dezelfde tijd ontstonden bij de hifi installaties. De HiQ installaties zijn een
kruisbestuiving van hifi installaties en de toen nog veel voorkomende tafelmodel radio's.
De speakers in de losse luidsprekers van de HiQ radio's waren dezelfde als die
werden ingebouwd in de radio's, want meestal was er naast de HiQ ontvanger ook een
radio ontworpen met hetzelfde chassis, maar dan dus met ingebouwde speakers.
Misschien net even andere types, maar altijd Philips speakers die elkaar niet veel
ontliepen in de weergave. Sommige speakers in radio's werden zelfs voor de hifi
installaties gebruikt. Alleen waren de kasten van veel betere bouw en uiteraard de losse
versterkers van een veel betere technische kwaliteit voor een zo optimaal mogelijke
weergave.
Daar betaalde je dan ook een vermogen voor, terwijl de HiQ installaties al een lieve
duit kostten, voor de meeste mensen in die jaren vijftig.
Dit gold bijvoorbeeld voor de B6X62A en de B7X73A. Van de laatste was de B8X72A technisch
zelfs nog een luxere (plano) versie waarbij deze radio zodanig was gemaakt dat er makkelijk
een HiQ installatie van te maken was.
Zelfs het idee van de plano had als doel om het sleutelgat effect zoveel mogelijk te
voorkomen.
Met een HiQ installatie is een goede (jaren vijftig) weergave te verkrijgen mits de
techniek geheel in orde is en de opstelling in de individuele kamer zo optimaal
mogelijk is. En de luisteraar daarmee tevreden is natuurlijk.
Dat is te bereiken.
Ik (en velen met mij) ben het er dus niet mee eens als mensen roepen dat een HiQ
installatie slecht klinkt en het beter kan.
Het kan altijd beter.
Maar dat roep je ook niet bij de vooroorlogse radio's.
Ook die klonken naar hun tijdsbeeld voor de toenmalige mensen prima.
Die ga je ook niet naar latere maatstaven moderniseren.
Omdat het beter kan.
Het gaat in onze hobby juist om die karakteristieke weergave van de tijd toen de radio
nieuw op de markt verscheen. Of dat nou uit de jaren 20, 30, 40, 50 of 60 is.
Dat lijkt mij in ieder geval de doelstelling van onze hobby, naast het technisch en
uiterlijk restaureren van deze historische objecten.
Alles bij elkaar gaat het om het genieten van deze oude radio's en installaties.
:thumbsup:
Zo, dat was lekker schrijven.
Hierbij heb ik gepoogd bepaalde citaten zo neutraal mogelijk te gebruiken,
zonder aanschijn des persoon.
Laatst bewerkt 25 nov 2011 20:15 door brcf01.
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.
- brcf01
- [brcf01]
-
Onderwerp Auteur
Minder
Meer
25 nov 2011 07:01 - 25 nov 2011 07:32 #12022
door brcf01
tips voor satellieten ophangen werd gestart door brcf01
Hi gentlemen,
en Hi-Q liefhebbers.
Voor een goede weergave van een Hi-Q installatie van Philips is een
juiste aandacht voor de opstelling van de losse luidsprekers van
groot belang. Op zich is de baskast niet zo'n probleem. Die zitten solide
in elkaar en kunnen praktisch opgesteld worden in een hoek van de kamer.
Hetzelfde geldt dat ook bij hifi installaties, eveneens uit de fifties.
Maar Philips adviseert ook uitgebreid over de opstelling van de twee
satellieten en dat daar grote aandacht aan besteedt moest worden.
Het zijn natuurlijk teksten uit de jaren vijftig en negen van de tien keer
zal er wel advies gekomen zijn van de leverancier. Service bij de aanschaf van dure
apparaten stond toen nog hoog in het vaandel. Men kwam het meestal wel thuis
brengen en aansluiten. Bij een hifi installatie was dat zelfs noodzakelijk,
daar de aansluiting van de bedrading niet met stekkers ging/gaat, maar men de
scheidingsfilter onder de baskast moest openmaken en de draden aansluiten.
Philips adviseerde ook om uitgebreid te testen waar de satellieten geplaatst
moesten worden (ik houd het hier even op de houten versie, maar het meeste
geldt natuurlijk ook voor de bakelieten luidsprekers) voor een optimale
weergave. Iedere kamer is uiteraard anders, dus vastgestelde regels hiervoor
maken was onmogelijk. Ook moest men nog kiezen tussen weergave door middel
van reflectie (waar Philips een voorkeur voor leek te hebben) of rechtstreekse
weergave naar de zithoek. Bij reflectie is de kwaliteit van plafond of wand
uiteraard van groot belang. Als je dat niet zeker weet dan is rechtstreekse
weergave altijd wel een goede optie.
Toch zijn er nog wel een paar tips die je niet leest bij de adviezen van Philips.
De luidsprekers los ergens opzetten is eigenlijk niet zo'n goede optie.
Daar zijn de kastjes niet stevig genoeg voor. Ik weet het, velen zeggen dat de
kleine speakers voor de weergave van de midden en hoge tonen geen stevige onder-
steuning nodig hebben, maar ik ben het daar niet geheel mee eens. Een goede
weergave staat of valt ook met een stevige montage van deze speakers.
Zoals we weten bestaan de houten kastjes uit twee gebogen multiplex plaatjes.
Eentje met het doek en de speaker en een plaatje voor de achterkant. Beide
grijpen in elkaar en het frontplaatje wordt nog verstevigd door twee balkjes.
Dat de speakers nog flink trillen werd wel bewezen door één van de exemplaren die
ik in het verleden gehad heb. Na ophanging bleek hij enorm te kraken en ik kon
in eerste instantie niet vinden waardoor dat kwam. De speaker leek in orde.
Uiteindelijk bleek het frontplaatje, wat in de achterplaat grijpt, door de
trillingen van de speaker langs die achterplaat te schuiven, minimaal uiteraard,
maar genoeg om een krakend geluid te geven.
Zaak is om de luidsprekerkastjes stevig aan de muur te hangen. De schroef met bolle
kop of het haakje zo diep mogelijk in de muur te draaien dat de luidspreker
met zijn kruisvormige slobgat strak langs de muur glijdt en er geen speling is.
Wat vervolgens zeker ook helpt is de luidspreker te 'verzwaren' door een gewicht OP
de luidspreker te leggen. Bij mijn eerste Hi-Q installaties had ik daar twee
tekenloodjes voor. Ik praat dan nog over de tijd dat ik op mijn werk achter de
tekentafel stond en 'klungelde' met Rothring pennen en aanverwante hulpmiddelen.
Mooie tijden waren dat toen. De romantiek van mijn vak is geheel verdwenen met de
computer, hoe groot de verbetering ook is.
Maar goed, een gewicht dus op de satellieten is een goed advies. Door het gewicht
drukken de twee delen van het kastje stevig tegen elkaar en is de speaker zeer
stabiel bevestigd. Want daar gaat het uiteindelijk toch ook om.
Bij mij zijn de tekenloodjes later vervangen door de beruchte planten die nu ook
op mijn hifi satellieten staan. Het is inmiddels een vaste traditie geworden en
de Hertshoorns hebben er kennelijk baat bij, want ze groeien als een tierelier.
Een vriend van me gebruikt daarvoor een halve baksteen voor elke satelliet.
Hang de satellieten van een Hi-Q installatie ook niet te hoog. Ergens tussen de
1,6 en 1,8 meter. Het geluid moet gericht op je af komen en niet over je heen gaan.
Vandaar dat Philips kennelijk een lichte voorkeur voor reflectie had, waardoor de
midden en hoge tonen meer gespreid werden.
Maar zoals Philips adviseerde, experimenteer net zolang tot je tevreden bent met de
weergave.
Ga niet over één nacht ijs. Een losse opstelling van de satellieten geeft toch
kwalitatief een mindere weergave.
Ook de bakelieten kastjes MET hun houten plankje kunnen het beste stevig tegen de muur
bevestigd worden. Deze zijn alleen geschikt voor directe weergave en niet via
reflectie. Daarvoor zijn ze niet schuin genoeg.
De theorie van reflectie kwam Philips pas later mee, bij de B6X62A, en kwam voort
uit de uitgebreide wetenschappelijke theorieën voor de hifi installaties, zoals ook
is te lezen (als je het kan volgen) in de technische tijdschriften die Philips
in die tijd uitgaf. De Hi-Q installaties zijn nu eenmaal een afgeleide van de toen ook
supermoderne en nieuwe hifi installaties, maar dan in radio vorm.
Philips zag daar duidelijk onderscheid in en daarom kwam het met de term Hi-Q in de
jaren vijftig van de vorige eeuw. De hoog ohmige Hi-Q luidsprekersets werden echter ook
toegepast bij hifi installaties. Ze waren de 'budget' versie van de toen extreem dure
hifi luidsprekers AD5032 en AD5034. Budget tussen aanhalingstekens, want voor de
meeste mensen in die tijd waren ze nog steeds erg duur en voor hen niet weggelegd.
Veel plezier met je Hi-Q installatie.
:thumbsup:
en Hi-Q liefhebbers.
Voor een goede weergave van een Hi-Q installatie van Philips is een
juiste aandacht voor de opstelling van de losse luidsprekers van
groot belang. Op zich is de baskast niet zo'n probleem. Die zitten solide
in elkaar en kunnen praktisch opgesteld worden in een hoek van de kamer.
Hetzelfde geldt dat ook bij hifi installaties, eveneens uit de fifties.
Maar Philips adviseert ook uitgebreid over de opstelling van de twee
satellieten en dat daar grote aandacht aan besteedt moest worden.
Het zijn natuurlijk teksten uit de jaren vijftig en negen van de tien keer
zal er wel advies gekomen zijn van de leverancier. Service bij de aanschaf van dure
apparaten stond toen nog hoog in het vaandel. Men kwam het meestal wel thuis
brengen en aansluiten. Bij een hifi installatie was dat zelfs noodzakelijk,
daar de aansluiting van de bedrading niet met stekkers ging/gaat, maar men de
scheidingsfilter onder de baskast moest openmaken en de draden aansluiten.
Philips adviseerde ook om uitgebreid te testen waar de satellieten geplaatst
moesten worden (ik houd het hier even op de houten versie, maar het meeste
geldt natuurlijk ook voor de bakelieten luidsprekers) voor een optimale
weergave. Iedere kamer is uiteraard anders, dus vastgestelde regels hiervoor
maken was onmogelijk. Ook moest men nog kiezen tussen weergave door middel
van reflectie (waar Philips een voorkeur voor leek te hebben) of rechtstreekse
weergave naar de zithoek. Bij reflectie is de kwaliteit van plafond of wand
uiteraard van groot belang. Als je dat niet zeker weet dan is rechtstreekse
weergave altijd wel een goede optie.
Toch zijn er nog wel een paar tips die je niet leest bij de adviezen van Philips.
De luidsprekers los ergens opzetten is eigenlijk niet zo'n goede optie.
Daar zijn de kastjes niet stevig genoeg voor. Ik weet het, velen zeggen dat de
kleine speakers voor de weergave van de midden en hoge tonen geen stevige onder-
steuning nodig hebben, maar ik ben het daar niet geheel mee eens. Een goede
weergave staat of valt ook met een stevige montage van deze speakers.
Zoals we weten bestaan de houten kastjes uit twee gebogen multiplex plaatjes.
Eentje met het doek en de speaker en een plaatje voor de achterkant. Beide
grijpen in elkaar en het frontplaatje wordt nog verstevigd door twee balkjes.
Dat de speakers nog flink trillen werd wel bewezen door één van de exemplaren die
ik in het verleden gehad heb. Na ophanging bleek hij enorm te kraken en ik kon
in eerste instantie niet vinden waardoor dat kwam. De speaker leek in orde.
Uiteindelijk bleek het frontplaatje, wat in de achterplaat grijpt, door de
trillingen van de speaker langs die achterplaat te schuiven, minimaal uiteraard,
maar genoeg om een krakend geluid te geven.
Zaak is om de luidsprekerkastjes stevig aan de muur te hangen. De schroef met bolle
kop of het haakje zo diep mogelijk in de muur te draaien dat de luidspreker
met zijn kruisvormige slobgat strak langs de muur glijdt en er geen speling is.
Wat vervolgens zeker ook helpt is de luidspreker te 'verzwaren' door een gewicht OP
de luidspreker te leggen. Bij mijn eerste Hi-Q installaties had ik daar twee
tekenloodjes voor. Ik praat dan nog over de tijd dat ik op mijn werk achter de
tekentafel stond en 'klungelde' met Rothring pennen en aanverwante hulpmiddelen.
Mooie tijden waren dat toen. De romantiek van mijn vak is geheel verdwenen met de
computer, hoe groot de verbetering ook is.
Maar goed, een gewicht dus op de satellieten is een goed advies. Door het gewicht
drukken de twee delen van het kastje stevig tegen elkaar en is de speaker zeer
stabiel bevestigd. Want daar gaat het uiteindelijk toch ook om.
Bij mij zijn de tekenloodjes later vervangen door de beruchte planten die nu ook
op mijn hifi satellieten staan. Het is inmiddels een vaste traditie geworden en
de Hertshoorns hebben er kennelijk baat bij, want ze groeien als een tierelier.
Een vriend van me gebruikt daarvoor een halve baksteen voor elke satelliet.
Hang de satellieten van een Hi-Q installatie ook niet te hoog. Ergens tussen de
1,6 en 1,8 meter. Het geluid moet gericht op je af komen en niet over je heen gaan.
Vandaar dat Philips kennelijk een lichte voorkeur voor reflectie had, waardoor de
midden en hoge tonen meer gespreid werden.
Maar zoals Philips adviseerde, experimenteer net zolang tot je tevreden bent met de
weergave.
Ga niet over één nacht ijs. Een losse opstelling van de satellieten geeft toch
kwalitatief een mindere weergave.
Ook de bakelieten kastjes MET hun houten plankje kunnen het beste stevig tegen de muur
bevestigd worden. Deze zijn alleen geschikt voor directe weergave en niet via
reflectie. Daarvoor zijn ze niet schuin genoeg.
De theorie van reflectie kwam Philips pas later mee, bij de B6X62A, en kwam voort
uit de uitgebreide wetenschappelijke theorieën voor de hifi installaties, zoals ook
is te lezen (als je het kan volgen) in de technische tijdschriften die Philips
in die tijd uitgaf. De Hi-Q installaties zijn nu eenmaal een afgeleide van de toen ook
supermoderne en nieuwe hifi installaties, maar dan in radio vorm.
Philips zag daar duidelijk onderscheid in en daarom kwam het met de term Hi-Q in de
jaren vijftig van de vorige eeuw. De hoog ohmige Hi-Q luidsprekersets werden echter ook
toegepast bij hifi installaties. Ze waren de 'budget' versie van de toen extreem dure
hifi luidsprekers AD5032 en AD5034. Budget tussen aanhalingstekens, want voor de
meeste mensen in die tijd waren ze nog steeds erg duur en voor hen niet weggelegd.
Veel plezier met je Hi-Q installatie.
:thumbsup:
Laatst bewerkt 25 nov 2011 07:32 door brcf01.
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.