- Berichten: 3360
Grammofoonplaten en muziek
Het Jordaan lied, door Jacques Klöters
22 jan 2021 15:02 #88419
door RR1957
Vriendelijke groet, RenéR
Als je naald maar goed is
Het Jordaan lied, door Jacques Klöters werd gestart door RR1957
Ik moest vanmorgen denken aan Johnny Jordaan, de winnaar van de wedstrijd van de mooiste stemmen uit de Jordaan. Hij was geen onbekende in de buurt. Geboren in de Rozenstraat hoek Lijnbaansgracht en hij had al in z'n kinderjaren met z'n neefje Careltje Verbrugge die zich later Willy Alberti ging noemen, op straat en in cafés gezongen. In 1955 stond Johnny Jordaan bekend als de zingende kelner van "De Kuil" een bekende uitgaansgelegenheid in een steegje tussen de Nieuwendijk en het Damrak.
Een dag na de wedstrijd werd zijn lied door Alex de Haas op de radio uitgezonden, er volgde snel landelijke bekendheid voor Johnny Jordaan en hij ging met zijn vaste accordeonist Jan Hilligers door het hele land optreden. Er kwam een 78-toerenplaat van "De parel van de Jordaan" met op de achterkant het liedje van Henvo, Louis Noiret en Emile van der Brande: "Bij ons in de Jordaan". Het koor dat meezong heette "Klaverjasclub Schoppen Negen" en werd gevormd door allerlei familieleden. De plaat had een geweldig succes en er moest ogenblikkelijk nieuw repertoire komen.
Het duo Henvo/Noiret kwam met 'De Jordaan-wals', 'De afgekeurde woning' en 'Zó, zó, zó is de Jordaan'. De componist en arrangeur Harry de Groot bewerkte "Aan de voet van die mooie Wester" en hij schreef met Pi Vériss de grote hit "Geef mij maar Amsterdam". De hitmachine was op gang gekomen.
Henvo had sinds de jaren twintig tientallen revues geschreven en hij diepte dus uit zijn oude werk liedjes op die hij geschikt vond voor Johnny. Hij gaf gelegenheid voor Johnny's sentiment met liedjes over 'moeder', hij liet de Jordaan tot leven komen in liedjes over garnalenpelsters en een feestsfeer ontstond vanzelf bij zijn potpourri met gezellige onzinteksten:
"Moeder waarom hebben de giraffen zo'n hele lange nek?
Jongenlief vraag dat maar aan je vader die zegt het jou direk
Als je vader zo een nek had was hij blij
Want dan duurt een borrel langer in de glij"
en
"O saberiosia, saberijejeje, holadio"
1955 is het jaar van Johnny Jordaan. In een paar maanden tijd vliegen er 100.000den 78- toerenplaten van hem de winkel uit. Hij staat voor het laatst in een revuetje van Henvo en treedt voor het eerst op met Tante Leen in het Concertgebouw. De Jordaan is een rage geworden. Het "onbeschaafde" Jordaanse accent klinkt nu ook op radio en televisie. Wim Sonneveld heeft de weg bereid met zijn orgeldraaier Willem Parel. Tom Manders legt, verkleed als Dorus, de verbinding tussen de Jordaan en Parijs in zijn cabaret St Germain des Prés dat ook vaak op de televisie te zien is. Z'n broer, de bekende humorist Kees Manders schrijft voor z'n vrouw "Zwarte Riek" het lied "Mijn wiegie was een stijfselkissie" en "hup sansee de platte boender". Wie zoals mijn vader niet tegen het Jordaans accent kan, maar toch het Amsterdam-sentiment voelt, zingt met Wim Sonneveld "Aan de Amsterdamse grachten" mee, een liedje van Pieter Goemans. Tante Leen heeft aan de zijde van Johnny Jordaan een mooie carriere, zij zingt van de Rotterdamse liedjesschrijver en accordeonnist Jaap Valkhoff het lied "O Johnny" en tijdens de Jordaan-rage grijpt men terug naar de mooie Jordaan-liederen van Louis Davids en Margie Morris die opnieuw populair worden.
De Jordaanrage in de muziek kwam geheel onverwacht. Hoe was dit succes te verklaren. Feit was natuurlijk dat Johnny Jordaan een groot kunstenaar was, een aanstekelijke entertainer met een gouden stem die recht uit het hart leek te komen. Maar waarom de Jordaan? De teksten van de liedjes beschreven eigenlijk een Jordaan die al bijna niet meer bestond. Die misschien wel nooit bestaan had, een mythe die in de loop van de tijd zo vaak in dezelfde woorden verteld was dat de Jordaners hem zelf waren gaan geloven. Er werd een wereld in bezongen die Mokum heette en die gestoffeerd was met baaien rokken, stijfselkissies, bedsteden en porders. Die wereld was in de jaren vijftig al jeugdsentiment geworden. Veel Jordaners gingen wonen in de nieuwe tuinsteden achter Amsterdam-West. Men had gezien hoe de Jodenbuurt, aan de andere kant van Amsterdam, gesloopt was. Nu werd ook de Jordaan bedreigd met demping, doorbraak en afbraak. Deze spanning tussen de onbekende nieuwe tijd en de hang naar de aantrekkelijk voorgestelde oude tijd werd in het Jordaan-lied geuit.
In een rapport dat kort na de oorlog verscheen, wordt gesteld dat Nederland eigenlijk geen eigen volksmuziek-cultuur heeft, zoals Portugal of Griekenland, maar dat het altijd buitenlandse invloeden heeft verwerkt. Zo gezien zou de Jordaan-rage het enige moment zijn in de geschiedenis van de Nederlandse populaire muziek dat er iets heel eigens ontstond. Maar echt oorspronkelijk was het Jordaan-lied natuurlijk niet. Het klonk zeer bekend in de oren. Het greep terug naar het vooroorlogse repertoire. Dat de Jordaners van de Italiaanse opera hielden is vaak duidelijk te horen. De akkoorden, de ritmes, de melodieën, de manier van zingen, het was allemaal even vertrouwd. Wie de namen bekijkt van de makers van het repertoire, zal zien dat het voor het grootste deel mensen waren die al voor de oorlog in het amusementsbedrijf actief waren. Johnny Jordaan had ook in de jaren twintig succes kunnen hebben met dit repertoire en met deze muziek. De aanjagers van de Jordaan-rage, mensen als Henvo en Louis Noiret waren oudere vakmensen die op het punt stonden door de jongeren verdrongen te worden.
In 1955, toen de welvaartsstaat kon beginnen, stond er een conflict op punt van uitbreken, een generatie-conflict. Jong tegen oud. Kinderen die in vrede en welvaart opgroeiden tegen mensen van voor de oorlog die de crisis en de oorlog hadden meegemaakt, die nog wisten wat armoe was. Dat conflict werd vooral in de populaire cultuur uitgevochten en het wapen van de jongeren was muziek. In Amerika was in 1955 al te horen wat de muziek van de toekomst zou worden: rock and roll op singletjes. De Nederlandse platenmaatschappijen en de omroepen kozen voorlopig nog voor het bekende en vertrouwde. Vanuit dat oogpunt is de Jordaan-rage te begrijpen als een geweldige, laatste, winnende slag van de gevestigde generatie waarin de vooroorlogse waarden, zuinigheid, gemeenschapszin en je plek kennen, nog eens op 78 toeren geformuleerd en bevestigd werden.
Een dag na de wedstrijd werd zijn lied door Alex de Haas op de radio uitgezonden, er volgde snel landelijke bekendheid voor Johnny Jordaan en hij ging met zijn vaste accordeonist Jan Hilligers door het hele land optreden. Er kwam een 78-toerenplaat van "De parel van de Jordaan" met op de achterkant het liedje van Henvo, Louis Noiret en Emile van der Brande: "Bij ons in de Jordaan". Het koor dat meezong heette "Klaverjasclub Schoppen Negen" en werd gevormd door allerlei familieleden. De plaat had een geweldig succes en er moest ogenblikkelijk nieuw repertoire komen.
Het duo Henvo/Noiret kwam met 'De Jordaan-wals', 'De afgekeurde woning' en 'Zó, zó, zó is de Jordaan'. De componist en arrangeur Harry de Groot bewerkte "Aan de voet van die mooie Wester" en hij schreef met Pi Vériss de grote hit "Geef mij maar Amsterdam". De hitmachine was op gang gekomen.
Henvo had sinds de jaren twintig tientallen revues geschreven en hij diepte dus uit zijn oude werk liedjes op die hij geschikt vond voor Johnny. Hij gaf gelegenheid voor Johnny's sentiment met liedjes over 'moeder', hij liet de Jordaan tot leven komen in liedjes over garnalenpelsters en een feestsfeer ontstond vanzelf bij zijn potpourri met gezellige onzinteksten:
"Moeder waarom hebben de giraffen zo'n hele lange nek?
Jongenlief vraag dat maar aan je vader die zegt het jou direk
Als je vader zo een nek had was hij blij
Want dan duurt een borrel langer in de glij"
en
"O saberiosia, saberijejeje, holadio"
1955 is het jaar van Johnny Jordaan. In een paar maanden tijd vliegen er 100.000den 78- toerenplaten van hem de winkel uit. Hij staat voor het laatst in een revuetje van Henvo en treedt voor het eerst op met Tante Leen in het Concertgebouw. De Jordaan is een rage geworden. Het "onbeschaafde" Jordaanse accent klinkt nu ook op radio en televisie. Wim Sonneveld heeft de weg bereid met zijn orgeldraaier Willem Parel. Tom Manders legt, verkleed als Dorus, de verbinding tussen de Jordaan en Parijs in zijn cabaret St Germain des Prés dat ook vaak op de televisie te zien is. Z'n broer, de bekende humorist Kees Manders schrijft voor z'n vrouw "Zwarte Riek" het lied "Mijn wiegie was een stijfselkissie" en "hup sansee de platte boender". Wie zoals mijn vader niet tegen het Jordaans accent kan, maar toch het Amsterdam-sentiment voelt, zingt met Wim Sonneveld "Aan de Amsterdamse grachten" mee, een liedje van Pieter Goemans. Tante Leen heeft aan de zijde van Johnny Jordaan een mooie carriere, zij zingt van de Rotterdamse liedjesschrijver en accordeonnist Jaap Valkhoff het lied "O Johnny" en tijdens de Jordaan-rage grijpt men terug naar de mooie Jordaan-liederen van Louis Davids en Margie Morris die opnieuw populair worden.
De Jordaanrage in de muziek kwam geheel onverwacht. Hoe was dit succes te verklaren. Feit was natuurlijk dat Johnny Jordaan een groot kunstenaar was, een aanstekelijke entertainer met een gouden stem die recht uit het hart leek te komen. Maar waarom de Jordaan? De teksten van de liedjes beschreven eigenlijk een Jordaan die al bijna niet meer bestond. Die misschien wel nooit bestaan had, een mythe die in de loop van de tijd zo vaak in dezelfde woorden verteld was dat de Jordaners hem zelf waren gaan geloven. Er werd een wereld in bezongen die Mokum heette en die gestoffeerd was met baaien rokken, stijfselkissies, bedsteden en porders. Die wereld was in de jaren vijftig al jeugdsentiment geworden. Veel Jordaners gingen wonen in de nieuwe tuinsteden achter Amsterdam-West. Men had gezien hoe de Jodenbuurt, aan de andere kant van Amsterdam, gesloopt was. Nu werd ook de Jordaan bedreigd met demping, doorbraak en afbraak. Deze spanning tussen de onbekende nieuwe tijd en de hang naar de aantrekkelijk voorgestelde oude tijd werd in het Jordaan-lied geuit.
In een rapport dat kort na de oorlog verscheen, wordt gesteld dat Nederland eigenlijk geen eigen volksmuziek-cultuur heeft, zoals Portugal of Griekenland, maar dat het altijd buitenlandse invloeden heeft verwerkt. Zo gezien zou de Jordaan-rage het enige moment zijn in de geschiedenis van de Nederlandse populaire muziek dat er iets heel eigens ontstond. Maar echt oorspronkelijk was het Jordaan-lied natuurlijk niet. Het klonk zeer bekend in de oren. Het greep terug naar het vooroorlogse repertoire. Dat de Jordaners van de Italiaanse opera hielden is vaak duidelijk te horen. De akkoorden, de ritmes, de melodieën, de manier van zingen, het was allemaal even vertrouwd. Wie de namen bekijkt van de makers van het repertoire, zal zien dat het voor het grootste deel mensen waren die al voor de oorlog in het amusementsbedrijf actief waren. Johnny Jordaan had ook in de jaren twintig succes kunnen hebben met dit repertoire en met deze muziek. De aanjagers van de Jordaan-rage, mensen als Henvo en Louis Noiret waren oudere vakmensen die op het punt stonden door de jongeren verdrongen te worden.
In 1955, toen de welvaartsstaat kon beginnen, stond er een conflict op punt van uitbreken, een generatie-conflict. Jong tegen oud. Kinderen die in vrede en welvaart opgroeiden tegen mensen van voor de oorlog die de crisis en de oorlog hadden meegemaakt, die nog wisten wat armoe was. Dat conflict werd vooral in de populaire cultuur uitgevochten en het wapen van de jongeren was muziek. In Amerika was in 1955 al te horen wat de muziek van de toekomst zou worden: rock and roll op singletjes. De Nederlandse platenmaatschappijen en de omroepen kozen voorlopig nog voor het bekende en vertrouwde. Vanuit dat oogpunt is de Jordaan-rage te begrijpen als een geweldige, laatste, winnende slag van de gevestigde generatie waarin de vooroorlogse waarden, zuinigheid, gemeenschapszin en je plek kennen, nog eens op 78 toeren geformuleerd en bevestigd werden.
Vriendelijke groet, RenéR
Als je naald maar goed is
Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.