Philips (buizen) autoradio

Een bijzondere tak van de radio ontvangst is de autoradio en dan met name de autoradio's gemaakt tot half de jaren '60. Buizen was alles wat de klok sloeg, halfgeleiders werden nog niet gebruikt. 

Om buizen in de auto te kunnen gebruiken moet er "iets" met de accuspanning gebeuren. De spanning van 12 volt is immers veel te laag om de anode van een buis stroom te laten trekken, laat staan dat de accuspanning 6 volt is. Bij zo'n lage spanning werkt het echt niet meer. Philips kwam in de jaren '30 van de vorige eeuw met de oplossing: een trilleromvormer. Dit is een relaisachtige constructie, waarbij de spoelspanning telkens onderbroken wordt door het aantrekken van dezelfde spoel. Natuurlijk zijn de contactpuntjes gemaakt van ander materiaal als in een gewoon relais: inbranden doen ze toch wel, maar zo'n triller moest wel wat langer meegaan dan 20.000 keer schakelen! Met een dergelijke triller kun je van de accuspanning (gelijkspanning), een blokgolfachige wisselspanning maken. Deze wisselspanning kan door een transformator omhoog worden getransformeerd. Door nu de spanning weer gelijk te richten is het mogelijk om wél buizen te voeden met voldoende "prik" zodat er voldoende anodestroom gaat lopen. 

Philips had nog een extra toepassing voor de bedachte trilleromvormer: gelijkrichting door dezelfde triller die de wisselspanning maakte! Dit spaarde een gelijkrichtbuis uit en werkt efficiënter omdat een gelijkrichtbuis een inwendige weerstand heeft. De trilleromvormer heeft deze inwendige weerstand (bijna) niet, dus er is ook bijna geen spanningsval over. Gevolg: de energie die je erin stopt komt er ook uit. Natuurlijk gebruikt de mechanische trilleromvormer ook energie, maar dat doet een gelijkrichtbuis ook! In het schema hierboven is een en ander duidelijk zichtbaar. De gestippeld omlijnde figuur gemerkt "Tr" is de triller.
Hierboven een tekening van de door mij bedachte elektronische variant om de vaak versleten trilleromvormer te vervangen. Vaak is de trilleromvormer defect in deze oude toestellen. Contactpuntjes die zijn verbrand of zitten aan elkaar gesmolten, of de spoel is doorgebrand. Soms kom je deze trillers nog wel eens tegen op rommelmarkten, maar ja: hoe goed zijn ze dan nog? Speciaal om dit probleem op te lossen heb ik een elektronische trilleromvormer bedacht. De elektronische variant past precies op een stukje printplaat wat in de behuizing van de originele triller geschoven kan worden: je ziet er dus niets van! Voorwaarde is wel dat alles wat aan de voeding hangt goed werkt anders gaat de elektronische variant ook stuk!
Afgezien van het voedingsgedeelte is er in een buizenautoradio nog iets wat afwijkt van een gewone "tafelradio": de afstemcondensator ontbreekt vaak en is vervangen door permeabiliteitsafstemming, of zoals Philips het in de servicedocumentatie noemt: IJzerkern afstemming. Een afgestemde kring wordt gevormd door een condensator en een spoel. Door de waarde van een van beide te veranderen kan de resonantiefrequentie worden veranderd. In een gewone radio wordt dit meestal gedaan door de condensator variabel uit te voeren. Voor tafelontvangers is dit een goede oplossing en werkt zo'n variabele condensator uitstekend. Bij autoradio's ligt dit iets anders: een autoradio staat bloot aan allerlei vreemde mechanische omstandigheden. Trillen en schokken is in een auto heel normaal en ook de temperatuur in een auto is verre van constant. Een afstemcondensator zou van waarde verlopen en geen constante capaciteit houden, met als gevolg dat er voorddurend aan de afstemknop gedraaid moet worden. In het geval van permeabiliteitsafstemming wordt niet de condensator, maar de spoel van waarde veranderd. De mate van inductie van een spoel is op twee manieren te veranderen: door het aantal windingen aan te passen of door de spoel te voorzien van een in en uitschuifbare kern. Dit laatste is precies datgene wat in de meeste autoradio's gebeurd. Een dergelijke constructie is mechanisch moeilijker te maken, maar veel stabieler en heeft minder last van omgevingsinvloeden. Ideaal dus voor een radio in een auto! 

Hieronder enkele van de autoradio's uit mijn verzameling en een aantal advertenties uit die tijd. 

 

Op het plaatje links de cover van een wegenkaart, vermoedelijk uit de jaren '50. Van deze kaart komen ook de andere advertenties. Hieronder een radio type NX344v-10. Dit toestel is bijna gelijk aan het toestel op de advertentie eronder, echter omschakelbaar tussen midden en langegolf. De trilleromvormer en eindversterker zijn hier al geïntegreerd in één kast
De N3X84v, met (nog) losse trilleromvormer / eindversterker.
Hierboven een advertentie voor een bijna soortgelijke radio als op de foto rechts hiervan. De radio op de foto rechts is een NX554, met losse trilleromvormer en eindversterker. In die tijd (1955) werden de eigenlijke radio en de voeding ver uit elkaar gehouden om storing van de triller op het radiosignaal te vermijden. Een ander voordeel was dat de afmetingen van de radio beperkt bleven. Het moet natuurlijk wel in of onder het dashboard van de auto passen.
In tegenstelling tot de autoradio's overleven de accessoires zelden de sloop. Een enkele keer zie je nog wel eens een luidspreker uit die tijd, maar antennes en ander toebehoren is vaak weggegooid, of simpelweg niet uit de auto gehaald toen deze verkocht werd.  
 

Hieronder een foto impressie van een nog niet gerestaureerde Philips autoradio, type NX493 of NX491. Een typeplaatje zit er niet meer op, dus dat moet ik nog uitzoeken. 

De radio zoals hij in mijn bezit kwam: een beetje roestig hier en daar, maar verder wel netjes. Ook niet onbelangrijk: de radio is compleet met originele knoppen en frontje en het merkje (hier niet zichtbaar) zit er nog op. De verrassing die ik aan de binnenkant aantrof: nogal vies! Duidelijk herkenbaar zijn beide spoelbussen waarmee de radio wordt afgestemd (de permeabiliteitsafstemming) Ook het gebroken afstemsnaartje is duidelijk zichtbaar!
Hieronder enkele detailopnamen van het voedingsgedeelte. Net zoals bij gewone tafelontvangers, geeft de voeding bij autoradio's ook regelmatig problemen. Met name de mooie zwarte condensatoren willen nogal eens voor problemen zorgen.
Het vervolg van de fotosessie: inmiddels is de autoradio zoals hierboven beschreven gerestaureerd. Het typenummer is inmiddels ook bekend: NX491V. Toevallig kwam ik enkele weken nadat ik deze foto's gemaakt had een zelfde exemplaar tegen op Marktplaats. De belangstelling voor buizenautoradio's is klaarblijkelijk niet zo groot: de radio op Marktplaats stond er al een week of 5 op en er was nog niet op geboden. Ondanks het feit dat ik de radio al had, toch maar een bod gedaan en enkele dagen later kreeg ik een e-mailtje dat de radio, voor wat betreft de verkoper, van mij was. Dit was dus het tweede exemplaar wat ik in mijn bezit kreeg. Vervolgens ben ik met de restauratie begonnen. In het exemplaar wat ik het eerst in mijn bezit had was de voeding stevig aangepakt door een knutselaar: de originele triller was verwijderd en er was een exemplaar van Amerikaanse makelij in geplaatst. Helaas is de originele voet ook verwijderd, ik zoek dus nog een voet voor een Philips triller. Omdat Philips de gelijkrichting van de wisselspanning uit de trafo ook door de triller laat gebeuren, en dit bij de Amerikaanse triller niet kan, was er een brugcel in de radio geknutseld. De tweede radio bleek ongeveer helemaal fabrieksorigineel te zijn. De enige verandering bestond uit het wijzigen van de voedingsspanning van 6 naar 12 volt. Hieronder wat foto's van de radio na de restauratie.
De onderkant van de radio (zonder kap) gezien vanaf de voorkant. De onderkant van de radio (zonder kap) gezien vanaf de achterkant.
De bovenkant van de radio (zonder kap).  Het voedingsdeel van de radio (zonder kap) gezien vanaf de achterkant. Let ook op de nieuwe condensatoren.
De autoradio compleet met knoppen en beide beschermkappen gezien vanaf de bedieningskant. Dezelfde radio, maar nu van achter gezien. Afgezien van wat lakbeschadiging ziet de radio er goed uit.
Beide autoradio's zijn inmiddels gerestaureerd. Ook de condensatordoos in de radio's is voorzien van "verse" condensatoren. Na meting bleek dat er diverse exemplaren lek waren. In de voeding waren alle condensatoren ronduit slecht en ik heb ze dus allemaal maar vervangen. Één radio speelt inmiddels dat het een lust is om naar te luisteren en de gevoeligheid valt niet tegen. Ook op langegolf zijn diverse stations te horen, zij het wat zachter dan de stations op de middengolf. De andere radio staat even aan de kant omdat ik nog een voet zoek voor de trilleromvormer. Mocht u nog iets hebben liggen (of een sloopexemplaar) houd ik me van harte aanbevolen.

Terug naar de homepagina