Skip to main content
Grammofoonplaten en muziek

de waarde van oude platen.

  • René R
  • [René R]
  • Onderwerp Auteur
Meer
21 apr 2011 18:13 #3781 door René R
de waarde van oude platen. werd gestart door René R
Hallo

Regelmatig worden er partijen platen aangeboden, schellak of vinyl. Vooral op MP.
Partijen cd’s heb ik nog niet gezien, maar ik let daar dan ook niet op. Evenals andere dragers.
Het gaat me om de oude dragers die bij onze hobby passen. De plaat.
Wat is de waarde van een plaat?
Is oud waardevol?
Nee dus. Het gaat echt om de artiest. Artiesten die een bepaalde verzamelaarwaarde hebben zijn nu eenmaal gewild en dus hun platen ook. Soms bepaald de hoes een waarde. Denk bijvoorbeeld aan de serie Minigroove klassieke muziek met hoezen van Paul Huf uit de jaren vijftig.
We gaan terug in de tijd naar het begin van de vorige eeuw. Tot 1925 had je nog het akoestische tijdperk, ofwel opnames zonder microfoon. De populaire muziek was
voornamelijk klassiek en volksmuziek. Bekend en beroemd is natuurlijk de tenor Caruso uit Milaan. Hij wordt wel de eerste popartiest genoemd. Zijn platen zijn nog steeds zeer gewild onder de grammofoonliefhebbers. Maar, en nu komt het, de verzamelwaarde ligt vooral bij de eerste persingen. Een kleine partij omdat de uitgever niet direct overtuigd was van het succes en bang was geld te verliezen. Dat bleek een misvatting en de eerste partij was snel uitverkocht. Eind 1902 kwam er een veel grotere tweede persing en die gingen ook als zoete broodjes over de toonbank. Is de eerste persing ver boven de 100 euro waard, de tweede ergens tussen de 50 en 100 euro. Let wel, daar heb je een 25cm plaat voor met één nummer op één kant. De plaat met opnames aan beide zijden kwam enkele jaren later. Maar tot 1920 zijn er vooral bij de populaire artiesten de enkelzijdige
platen in gebruik gebleven, om commerciële redenen. Onder de dames is Nellie Melba (jawel, ze gaf haar naam aan de toast) populair, maar haar platen niet bijzonder in waarde. Bij Adeline Patty lag het al weer anders. Haar platen zijn extreem waardevol
door de zeldzaamheid. Er zijn van haar niet veel opnames gemaakt, want ze was al met pensioen toen de zwarte schijf als noviteit op de markt verscheen voor iedere consument. In de jaren twintig werden de persingen van platen steeds meer opgevoerd tot enorme massa’s en zijn de platen dus ook steeds minder zeldzaam tegenwoordig. Maar omdat ze breekbaar zijn worden ze dat soms wel weer in de loop van de tijd. Maar ook hier zijn niet veel artiesten echt garantie om de platen kostbaar te maken door verzamelkwaliteiten. Ook hier geld dat de artiest de waarde bepaald en dat zijn er niet zo veel. Billy Holliday is bijvoorbeeld wel zo’n artiest. 50 tot 100 euro. Maar voorts doen de platen uit de jaren 30 maar enkele euro’s. Voor een partij hoef je echt niet zo veel te betalen. Ook in de jaren veertig geldt dat zo, ondanks de oorlog. We hebben het nog steeds over schellak platen. Artiesten bepalen de waarde, niet de ouderdom van de platen. En er zijn maar een paar artiesten dus die de waarde van de plaat verhogen. Klassiek is echt nagenoeg niets waard. Toen de elektrische opnames kwamen in 1925 is vanaf die tijd qua geldelijke waarde platen met klassieke muziek altijd nihil gebleven.
Dan komen we in de jaren vijftig en dit is een interessant tijdperk. Schellak en het nieuwe fenomeen de vinylplaat leven naast elkaar. Om vinyl te kopen was je toen veel geld kwijt. Schellak platen en bakelieten radio’s werden crisisspullen genoemd door de
Toenmalig levende mensen. Maar in die tijd kwamen er ook heel veel nieuwe artiesten op de proppen die een nieuwe tijd vertegenwoordigen. Veel popmuziekanten zijn immens populair geworden en nu begeerde verzamelobjecten, wat hun platen betreft. Maar dat zijn er over het geheel toch maar een beperkt aantal. Vooral Rock and Roll artiesten kunnen waardevol zijn. Platen van Elvis zijn zeer gewild en kunnen enkele honderden euro’s kosten. Maar ook Buddy Holly, enzovoorts, enzovoorts. En let wel: het gaat altijd om de eerste persingen. Daarbij doen USA persingen het beter dan Europese. Het ontwerp van de hoes speelt ook een belangrijke rol. Ook dat was toen nu eenmaal een nieuw fenomeen.
Klassiek is en blijft nagenoeg waardeloos.
Maar Jazz kan ook veel waarde vertegenwoordigen en dan speelt niet alleen de artiest een rol, maar ook het label. Denk maar eens aan Blue Note en Verve. Deze platen gaan minimaal voor 25 euro, ongeacht de artiest. Zo zijn er nog best veel voorbeelden, maar het gros van de platen uit die tijd doen toch niet meer dan één tot vijf euro. De jaren zestig is er alleen nog vinyl en de massa persingen worden enorm opgevoerd. De singel is ook erg belangrijk geworden. Maar de waarde? Ook weer afhankelijk van de artiesten, maar meer dan 20/30 euro heeft men er niet voor over. Een enkele uitzondering daargelaten. Van sommige artiesten is zelfs de maxi-singel en de 25cm lp interessant . De laatste verdwijnt in 1962. Deze doen soms zelfs iets meer dan de grote broer. Klassiek is voor de liefhebber vooral een gevoelswaarde, geen geldwaarde.
Dan komen de jaren zeventig en tachtig met miljarden aan persingen, vaak in slechte kwaliteit. Het aanbod aan artiesten is enorm geworden en niet één is er zeldzaam om een lp te vertegenwoordigen die enige waarde heeft. Uitzonderingen daargelaten, maar dan speelt het ontwerp van de hoes ook een rol. Pop, klassiek, jazz, volksmuziek: de platen vertegenwoordigen geen enkele geldelijke waarde en liggen bij enorme bossen in dozen op Koninginnedag en bij de Kringloopwinkel. Platen moet je individueel kopen en niet in grote partijen. Als je er honderd koopt (een gevarieerde aanbod aan muziekstijlen) dan mag je blij zijn als er enkele bij zitten die je interesseren. Partijen gaan van hand tot hand met gesloten portemonnee. Kringloopwinkels vernietigen partijen omdat ze onverkoopbaar zijn geworden. Op zeer lange duur zal er dus wel een soort van zeldzaamheid ontstaan en dus ook enige waarde gaan vertegenwoordigen.
Originele persingen, in tegenstelling tot die in de jaren vijftig, zijn in de jaren zeventig en tachtig net zoveel waard als de vele herpersingen van muziek uit de decennia ervoor. Veel hoezen zijn onvoorstelbaar slecht ontworpen. Ook hier weer: uitzonderingen daargelaten. Maar de hoes is zeker geen waardebepaling meer.
Globaal is 90 procent van de platen van 1900 tot 1960 nagenoeg niets waard. Vanaf 1960 tot 1980 praten we over 99 procent.
Heel anders is dat met de emotionele waarde. Per individu kan je gecharmeerd zijn van een bepaalde artiest of muziekstijl. En dan heb je daarvoor nu eenmaal meer geld over voor de aanschaf dan de mensen om je heen. Maar dan praat je niet over hele partijen, maar over bewust gekozen enkele platen.


Voor mooie hoezen uit de jaren vijftig zie onze HiQGN/HiFiGN site.
Platenhoezen deel 1 en deel 2.
"Toevallig" vrijwel allemaal uit mijn collectie...;)


Groet
René (R)

Graag Inloggen of een account aanmaken deelnemen aan het gesprek.

Gemaakt door Kunena